Thuis komen
Hoe langer ik in de VS woon, hoe vreemder het wordt.
Thuis komen.
Wanneer ik tegenwoordig naar Nederland reis, ga ik twee keer thuis weg en kom ik ook twee keer thuis aan.
Voor het geval u het niet meer snapt, zal ik het even uitleggen.
Het zit zo.
Zodra ik vanuit de lucht Nederland zie liggen, voel ik het al. Daar beneden ligt mijn thuis.
Deze keer zag ik de zee, de Deltawerken, weilanden, en boerderijen. Ze lagen er mooi bij in het vroege ochtendzonnetje.
Even later reed ik over de snelweg. En ik zag Nederlandse nummerborden en bewegwijzering. En koeien. En weilanden met dorpjes met kerktorens in de verte.
Nog wat later liep ik door Rotterdam. En ik zag honderden, of misschien wel duizenden, fietsende mensen. En vrouwen op laarzen. En ik at gebakken mosseltjes van de visboer, en liep door de Albert Heijn.
En diep van binnen stond de Nederlandse Cisca op. En ze fluisterde in mijn oor, “in dit land wil ik weer wonen, het is hier zo mooi, en gezellig. En hier hoor je thuis”.
Maar nu komt het vreemde.
Na twee weken Nederland en Italië wilde de Amerikaanse Cisca wel weer naar huis.
Naar de MilkMansion. En haar eigen bed. En de mooie tuin. En haar werk. Ook al slaap ik natuurlijk liever elke dag uit. En dat ik dan werk van 11 tot 2. Met een twee uur durende lunch. En Halloween, het lekkere eten, de ruimte, de bossen, en niet te vergeten de Indian Summer.
En na de terugvlucht reden we naar huis, en bij het binnenrijden van ons dorp dacht ik, “gelukkig, ik ben weer thuis.”
Raar hè?
Ik weet het.
Ik vind het zelf ook een beetje vreemd.













