Hoe Kobus het levenslicht zag, deel 2
Klik hier voor deel 1.
En toen was het dus zaterdag 13 september 2008.
Na een toch wel enigzins brakke nacht, waarin ik nog eens duidelijk maakte aan de melkboer dat ik toch echt geen castor oil ging slikken, deed ik iets verschrikkelijks.
Iets zo verschrikkelijks dat ik het bijna niet durf op te schrijven.
… (Wat puntjes voor het extra spanningseffect)…
Ik dwong de melkboer namelijk om mij mee te nemen naar de IHOP.
En voor iedereen die nog nooit in de VS is geweest, en slash of niet weet wat de IHOP is, klik en huiver.
Aldaar aangekomen, stopte ik een stapel pannenkoeken met banaan en nutella en maple syrup naar binnen, aangevuld met eieren, spek, en twee pakjes boter en andere vetten.
Bleg.
Maar, mijn excuus is dat ik denk ik al wist dat ik die dag mijn oerkrachten nog nodig had.
En echt, ik zeg u, die krachten van mij, die werken het beste op pannenkoeken met banaan en nutella. Sorry.
Het verhaal wordt nog erger, want na de IHOP liep ik dus naar de overkant van de straat.
Daar zat namelijk een McDonalds.
En nu kom ik werkelijk waar nooit in de McDonalds, maar toen moest het.
Ik had namelijk een kleine aardbeienmilkshake nodig.
Omdat castor oil bijna niet mengt met een andere vloeistof.
En ja dus toen, toen dronk ik op zaterdag 13 september 2008 om 10 uur ´s ochtends een milkshake met 120 milliliter olie.
Als ik terug denk aan hoe het smaakte, word ik spontaan weer misselijk.
Maar ach, op die misselijkheid na ging het wel, en dus togen de melkboer en ik naar de supermarkt. En naar de bibliotheek.
Totdat ik naar huis wilde.
En wel heel snel.
Want ik moest, zeg maar, nogal nodig naar de wc.
De verdere details zal ik u besparen, maar op zaterdagmiddag hing ik dus een beetje thuis rond. Ik las een boekje, speelde wat op de Nintendo en wandelde af en toe eens naar de wc.
En ok, ik had best wel erge krampen.
Rond zes uur ´s avonds was ik verschrikkelijk misselijk en verdwenen de laatste restjes nutella, boter en pannenkoek in het riool.
De immer attente melkboer liet het bad voor mij vollopen.
En terwijl ik lekker wat ronddobberde, zei de melkboer meerdere malen: ‘zeg euhm, volgens mij heb je best ergere weeën.’
Maar nu ja, u kent mij, ik luister zelden en weet alles beter, dus ik zei: ‘zeg euhm, dat valt *stilte vanwege kramp* echt wel mee.’
Een uurtje later nam de melkboer het heft in toch maar in eigen handen, heerlijk zo’n man, en belde de verloskundige.
Nadat die kort met mij sprak, zei ze dat we toch maar even langs moesten komen.
Er was echter een klein probleempje.
Ik wilde niet.
Ik wilde thuis blijven. In mijn eigen badkuip, op mijn eigen wc en in mijn eigen bed.
Ik zou echt niet weten waarom.
Maar ik wilde echt niet.
Ik denk dat ik kan zeggen dat de melkboer echt al zijn melkboerentrucjes uit de kast heeft moeten halen om mij in de auto te krijgen.
En dat duurde toch zeker wel een uur.
Want ik laat me echt niet zomaar ompraten tot iets dat ik eigenlijk niet wil.
En toen, kuch, nou ja toen, toen viel Kobus er dus al bijna uit.
Kuch.
Enfin.
Zo kwam het dus dat wij op zaterdagavond rond een uurtje of tien Eastern Time papa en mama werden van Kobus, het mooiste en liefste meisje van Nederland en de VS.





























