In het kader van de schokkende bekentenissen, heb ik er vandaag weer één.
En wat voor één.
Echt mensen, ga er maar eens even lekker voor zitten.
Stiekem wist ik dat wat ik zometeen ga bekennen al.
Het zat ergens ver achter in mijn hoofd.
Zo van, je weet het wel, maar je weet het ook weer niet. Een pré-ontkenningsfase.
Maar vandaag werd het me allemaal duidelijk.
Ik zag het licht, so to speak.
Het gaat om het volgende.
De melkboer is, net als ik, ook niet perfect.
Echt waar.
De melkboer, die stoere heerlijke geweldige man van mij, is niet perfect.
We kunnen samen een club beginnen van niet-perfecte mensen. Alleen de melkboer is een niet-perfecte enorme sukkel. Ik niet. Ik raak alleen mijn borstel weleens kwijt.
Dus hij mag niet in mijn club. Hij moet maar een eigen zoeken. Met soortgelijke niet-perfecte sukkels.
Het zit zo.
Het regent hier wel eens. En u weet het vast niet, maar per jaar regent het hier meer dan in Nederland.
Even een lesje tussendoor.
Dit wist u vast ook niet, maar ik was in mijn vorige leven aardrijkskunde lerares. Dus.
Ik heb verstand. Van aardrijkskunde. En van alle andere dingen in deze wereld.
In Nederland valt gemiddeld zo’n 75 centimeter regen per jaar.
In Pennsylvania valt meer dan 100 centimeter.
En 100 is meer dan 75. Dus.
Het regent hier gelukkig niet zo vaak. Maar als het regent, dan regent het goed.
En zo werd ik vanochtend wakker.
Om vijf uur ’s ochtends.
Van onweer, bliksem en ontzettend harde regen.
En echt, het kwam met bakken uit de hemel.
Bakken, liters tegelijk. Zojuist hoorde ik dat er in een paar uur tijd meer dan 15 centimeter regen is gevallen. Best spectaculair allemaal.
Na dit natuurgeweld voor een kwartiertje te hebben aangekeken, kroop ik terug in bed, naast een nog steeds slapende melkboer, en dommelde weer wat weg.
Om vervolgens verschrikt te bedenken dat er nog van alles buiten stond en lag, waaronder een kinderstoel en een Bugaboo.
We hadden bezoek gisteravond. En het was nogal laat geworden. En dus hadden we maar beperkt opgeruimd.
Balen.
Maar ok.
Ik kon ermee leven, en dommelde weer wat weg.
En toen gebeurde het.
Ik schrok weer wakker en schold de melkboer meteen zijn huid goed vol.
…
Het zit zo deel 2.
Gister had de melkboer even in mijn auto gereden.
En dat doet hij gelukkig zelden.
Wat de melkboer namelijk niet zelden doet, is de ramen van de auto open laten staan.
Vind ‘ie leuk. En fris. Denk ik.
En daarom mag de melkboer nooit, maar dan ook nooit meer, in mijn auto rijden.
NOOIT.
MEER.