Helaas moest ik ‘s nachts toch plassen
Mijn fijnste jeugdherinneringen heb ik toch wel aan kamperen. Bijna elk jaar gingen we meerdere keren kamperen. In Zeeland, Luxemburg of Duitsland. Meestal was de camping dichtbij de zee, of aan een meer of een riviertje.
Mijn zusje en ik maakten de eerste dag meteen wat vriendjes, en de rest van de vakantie waren we aan het bouwen.
Hutten, dammen, herinneringen.
Of we speelden met de Fisher Price.
Tenminste, dat deden we toen we klein waren. Als je vijftien bent, is Fisher Price natuurlijk niet meer stoer.
Op mijn vijftiende hing ik wat rond op de camping met mijn nieuwe vrienden. We gingen naar de disco. En ik las Jane Austen. Omdat het moest voor mijn boekenlijst. En omdat ik het stiekem zulke mooie boeken vond.
Afgelopen weekend had alle ingrediënten die kamperen zo fijn maken.
Er was een volgepakte auto.
En een mooie autorit.
Er was zon.
Fluitende vogeltjes.
Een goed boek.
Een ijskoud blikje cola-light.
Een groot meer.
Een wandeling om het meer.
Gegrilde hamburgers.
Kampvuur.
Warmte.
Stilte.
Een goed gesprek.
Een lief slapend peutertje gehuld in drie lagen kleding, een dikke slaapzak en onder een dik dekbed met een kruik.
Een lief slapend peutertje met ijskoude handjes.
Een middennachtelijk bezoek aan de wc.
Koude voeten.
En een koude neus.
Het mooie ochtendlicht.
Ontbijt in de buitenlucht.
En een wandeling, een boek, de warme zon, blauwe luchten, fluitende vogeltjes, en een lief peutertje dat zomaar omviel in een onverwacht diepe modderplas.
Er was vooral een heleboel frisse lucht. En daar krijg je een frisse neus van. En een fris hoofd. Dat was nog wel het allerlekkerste.
Edit late at night:
Vooruit, voor de liefhebbers onder u, ook nog wat foto’s.
Net als in het vliegtuig slaan we Kobus ook altijd knock-out in de auto.
Nog maar weer eens de benen van de melkboer. En wat u altijd al wilde zien, onze tent.
Het meer. Met blaadjes aan de bomen is het vast nog mooier.
En Kobus in haar favoriete speelgoed. Also known als de teil.
















