Kop met Keesje
 
Nov
08
2010
20:30

Op zijn Kobus

Herfst 2011

‘Mama, weet je? Engelse kikkers zeggen ribbit, en Nederlandse kikkers zeggen kwaak kwaak.’

‘Mijn onderbroek zit niet charmant.’

‘Als je poep op je brood doet, kreeg je keelpijn.’

‘Keesje, go sit on your bottom, right here, next to me, and pay attention.’
Keesje kijkt Kobus eens 10 seconden aan, en schiet vervolgens enorm in de lach.

Zomer 2011

‘I don’t want slapen. I don’t want spelen. I don’t want niks.’

‘I have sleeping booty on my underwear.’ (Doornroosje dus…)

‘Beestjes, go to your mama. Nú!’, tegen mieren die over haar krijttekening op de stoep lopen.

Elke dag: ‘Can I go upstairs yet? Daar is de school voor de grote kinderen, hè. Nee hè, Kobus niet upstairs, pas als ik drie jaar ben.’

‘Wanneer is mijn happy birthday?’

‘Weet je nog dat er sneeuw was? We gingen sleeën met L. en A. Maar nu is het zomer.’

‘Mijn favorites zijn groen en geel. En seawiet salad, dumplings en sushi. En pannenkoeken.’

‘Ik ben boos. En verdrietig. I don’t wanna go to bed. Ik wil spelen. Leave me alone.’

Lente 2011

‘Kobus, zullen we even al het speelgoed opruimen?’
‘Waar is de poetsvrouw dan? Die doet dat toch altijd?’

‘Kobus, spreek eens Nederlands.’
‘Wij woont niet in Nederland, papa.’

Winter 2010

Kobus belt met papa. Papa vraagt of ze melkpoeder van hem wil kopen. Maar nee, Kobus wil graag chicken nuggets. Please.

Ik: ‘ Zeg Kobus, de baby komt vlak na jouw derde verjaardag.’
Kobus: ‘Ik heb ook een baby in mijn buik. Een meisjesbaby. Die komt eruit als Keesje drie jaar is.’

Ik: ‘Kobus, waarom heb jij geen staartjes meer in?’
Kobus: ‘Mijn staartjes zijn weg. Met de boot. Naar Spanje.’

‘Is dit jouws?’

‘Ik lief jou.’

Ik: ‘Heb je een plas en een poep gedaan?’
Kobus: ‘Een plas, een poep, én een scheetje.’

‘Kobus met het vliegtuig? Kobus naar Nederland?’

‘Opa en oma in Nederland. Jammer. Helaas.’

‘Kobus met het vliegtuig naar Lucia? In hotel? Zwemmen? Trand? Zee? Slapen in vliegtuig? Spelen iPad in vliegtuig? Ja hè? Leuk.’

‘Kobus op schoot bij Sinterklaas. Weet je nog?’

‘Onder trein? In tunnel? Onder brug? Bijna thuis.’

‘Hotel New York. Bus New York. Anke New York. New York leuk.’

Herfst 2010

‘See you later alligator Keesje.’

‘I do it zelf.’

De hele dag door: ‘I help you?’

‘No, no Honda, Volvo.’
Kobus heeft een zeer duidelijke voorkeur voor papa’s auto. Helaas.

‘Keesje stil? Bijna thuis. Keesje eten?’
Kobus troost een mopperende Keesje in de auto op weg naar huis vanaf het kinderdagverblijf.

‘I like pepernootjes, pepernootjes, pepernootjes, pepernootjes’.

‘Bunny moet poepen’.

‘Het is fun in de bieb’.

‘Bunny Brons’, als antwoord op de vraag hoe haar konijn heet.

‘Onderboek ses’.
Kobus wil haar Assenpoester onderbroek aan.

Klak-kroom (slagroom)

‘Jip jongetje, Janneke meisje’

Ik: ‘Al het eten zit nu in je buikje’.
Kobus: ‘Nee, eten mouth’.

‘Wa-is-da?’, waarbij alles en iedereen wordt aangewezen.

Ik: Wie is in ons huis de baas?’
Kobus: ‘Mama baas’.

‘Een, twee, drie, eight, tien’

‘Papa lief, mama lief, Keesje lief, oma lief, Lily lief, Bill lief, Grace lief, Netta lief, Klaas lief, Zwarte Piet lief…’

‘Kobus geen baby, Kobus meisje’


 
Door Cisca in: | reageer

Reageer!

Origineel thema door TheBuckmaker.com | Aangepast thema door Lucas | Copyright 2009-2011 (©) Cisca