De boerderijtjesdroom
Vandaag dacht ik er eens aan hoe het zou zijn om weer in Nederland te wonen.
Al wegdromend zag ik mezelf in een boerderijtje op het, schrik niet, Limburgse platteland.
Aldaar teelde ik mijn eigen fruit en groentes, bracht biggetjes groot, naaide kleertjes voor mijn twintig kindjes, én schoor/scheerde ik regelmatig onze schapen.
En, op Koninginnedag 2011 zag ik de koningin en de prinsen en prinsessen in het nabijgelegen dorp vrolijk langs paraderen.
Maar, ik woon, helaas dan wel niet helaas, niet op een boerderijtje in Limburg.
Ik woon in Pennsylvania.
In een huis met een groentetuintje, een paar fruitbomen, een naaimachine, twee kids en eentje in de buik, maar zonder schapen, biggetjes en Koningshuis.
En, doordat ondergetekende pas in november 2010 een locatie boekte voor het lokale koniginnedag feest, is die viering pas volgende week.
Dus.
Omdat een bezoek aan Weert dan wel Thorn er niet in zat vandaag, en omdat we regelmatig intense boerderijbezoekbehoefte hebben, gingen we vandaag maar weer eens naar de boerderij.
Deze keer niet om fruit te plukken of pompoenen te zoeken, maar om te kijken naar het schapen scheren.
De kindjes waren ook mee.
Ze vonden het allemaal even leuk en, om Kobus te citeren, ‘gezellig’.
Gezellig, das zo’n heerlijk uniek en onvertaalbaar Nederlands woord. Kobus gebruikt het tegenwoordig te pas en te onpas. Dat vind ik dan wel weer gezellig.
Er waren kuikentjes,
geitjes (no flash in the barn, please), biggetjes, paarden en konijnen.
Er werd op tractors geklommen,
op het grote podium gedanst,
en eindeloos maïs in emmertjes geschept.
En er waren schapen. Heel veel schapen.
En aan het eind van de dag waren ze allemaal bloot.
Aan het eind van dag zaten wij vol indrukken, en droomden we na. Over het scheren van de schapen en het hebben van dat eigen boerderijtje.













































