Mama moet in therapie
Elke dag probeer ik hem te indoctrineren door kleine geheimpjes in zijn oortjes te fluisteren.
‘Zitten is echt overrated, joh.’
‘En rollen en kruipen al helemaal. Liggen in de box das pas stoer.’
‘Al dat gelach met je zus hoeft echt nog niet, jullie kunnen de komende tien jaar nog genoeg ruzie maken.’
‘Hé, pssttt, borstvoeding is echt veel lekkerderderder dan erwtjes.’
‘En weet je, in maatje 74 worden echt veel leukere kleertjes verkocht dan in maatje 80.’
Heel af en toe probeer ik de strenge vermanende toon.
‘Zeg Keesje, luister jij eens goed naar mama, blijf nog maar even baby.’
Maar het heeft allemaal geen zin.
Hij luistert gewoon nú al niet meer.
Eergister voelde ik namelijk een scherp puntje in zijn mond, en vanochtend was het al geen puntje meer, maar een heel scherp streepje.
Tsss.
Het is een beginnende tand.
Dat heeft ‘ie dus níet van te voren met mij overlegd.
En dat is balen, want nu heb ik dringend behoefte aan psychische hulp.
Want opgroeiende baby’s, dat zou dus echt verboden moeten worden.
Ik heb de kerstboom wel opgeruimd, hoor.
Afgelopen donderdagavond.
Dat u niet denkt dat ik daar dit jaar heel laat mee was ofzo.























