Gisteren D-Day
En ineens was het toen dus gister.
Ik hees me, met helaas nog een klein beetje moeite, maar weer eens in één van mijn enigszins professioneel uitziende outfits, trok voor het eerst in maanden een paar hooggehakte muiltjes aan, plamuurde mijn wallen weg, arrangeerde een ontmoeting van zeer korte duur tussen de stijltang en mijn haar, liet de melkboer ondertussen een paar bammetjes smeren, knuffelde uitgebreid met de kinders, pakte de tas met de kolfmasjien, en reed, na exact twaalf weken verlof, naar het schattige provinciestadje waar mijn werkgever zich kantoorvest.
Ik ging door de security, want badge vergeten en want Amerikaanse overheid, zag dus mijn kolfmasjien in elegante onopvallende zwarte tas door het röntgenapparaat gaan, klom drie verdiepingen omhoog, liep mijn kantoortje binnen, keek eens wat rond, zag foto’s van Kobus, maar niet van Keesje, zette de airco iets minder koud, startte mijn gloednieuwe computer op, en opende mijn inbox met 1467 emails.
Ik dronk thee en cola light, kletste uitgebreid met mijn collega’s, las een rapportje en tientallen nieuwsbrieven, hoorde van een wetswijziging, twitterde eens wat op mijn iPad, pleegde een zakelijk telefoontje, en pleegde drie telefoontjes met, of toch naar, de melkboer om te vragen hoe het met de kinders was.
Het was net alsof ik nooit was weggeweest.
En dat was fijn.
En ook weer niet.




















