Een auto-ige levensstijl
De eerste dertien maanden van ons leven in de VS hadden we, heel stoer, maar één auto. Dat wilde ik namelijk. Uit principe.
Na drie maanden vond ik een baan. Minder dan tien kilometer verderop, maar onbereikbaar, behalve per auto. En dus moesten we carpoolen. De meeste mensen, waaronder de melkboer, dachten dat ik gek geworden was. Waarom deden we al die moeite? Ik mompelde dan meestal iets over het milieu, de kosten, de beschikbaarheid van openbaar vervoer, of nog zoiets geks, fietsen.
En ja, u voelt de bui waarschijnlijk al hangen, het bleek al snel dat onze tijd met maar één auto een kort leven beschoren zou zijn. Ik vond een nieuwe baan, verder weg, en het was niet langer haalbaar om nog te carpoolen. Toen we ook nog kinderen kregen, was zelfs dromen over maar één auto geen mogelijkheid meer.
Het keiharde feit is, zonder auto kan een mens in de VS helaas niet zoveel. Of, iets genuanceerder, een niet in de stad wonend mens in de VS kan niet zoveel zonder auto. En ik ben er zo eentje uit de suburbs. Dus dan weet u het wel.
De afstanden, het klimaat, de infrastructuur, de prijs, kwaliteit, beschikbaarheid en betrouwbaarheid van het openbaar vervoer, en, in ons geval, de aanwezigheid van glooiende heuvels waarbij de Keutenberg in het niet valt, werken niet echt mee aan een één-auto-ige dan wel geen-auto-ige levensstijl. En daarnaast is de gemiddelde auto in de VS ongeveer een derde goedkoper dan de exact zelfde auto in Nederland, en schommelt de benzineprijs hier tussen de 2,50 en 3 dollar per gallon, wat gelijk staat aan iets van 75 eurocent per liter.
De gemiddelde Amerikaanse auto rijdt 12.000 mijl per jaar, de gemiddelde Nederlandse auto 20.000 kilometer. Dat ontloopt elkaar dus niet veel. Het grote verschil is dat het gemiddelde huishouden in de VS 2,28 auto’s heeft, en het gemiddelde huishouden in Nederland 1,1. En, ondanks het feit dat ik graag niet met de meute mee wil lopen, zijn deze statistieken dus precies op mij van toepassing.
Al de automilieuvervuiling, waar ik tegenwoordig dus een directe bijdrage aan lever, valt echter in het niet bij de grootschalige vliegtuigmilieuvervuiling waar ik persoonlijk ook een behoorlijk steentje aan bijdraag.
Daar troost ik me dan maar mee als ik ‘s morgens weer in mijn autootje met die miljoenen andere Amerikanen naar mijn werk rij.
Dat, en het feit dat de kiosk bij ons in de buurt, overigens alleen te bereiken per auto, 50 smaken Ben & Jerry’s ijs verkoopt. Dat is ook een fijne troost.
Dit logje schreef ik zojuist op het Jeukblog.



















