Jáháa.
Daar ben ik weer.
Sommigen van u begonnen zich al zorgen te maken.
Maar ik ben er weer.
Mensen, mensen. Wat een stilte.
Uitzonderlijk.
Want ik ben namelijk nooit stil.
Geen speld tussen te krijgen. Tussen Cisca en loggen praten.
Meestal.
Maar nu was het even stil.
Net de stemmen van de echte Milli Vanilli tijdens de opname van ‘Girl, I’m gonna miss you’.
Stil.
Ik was trouwens eigenlijk helemaal niet stil.
Dit weekend.
Ik had het alleen zo druk met praten, dat ik geen tijd had om te loggen.
Maar ja, het weekend.
Het weekend is klaar. Over.
En nu heb ik dus weer tijd.
Voor u.
U begrijpt, u, mijn lezer, staat op de tweede plaats. In mijn leven.
Op de eerste plaats staat namelijk de liefste vriendin van alle vriendinnen.
M.
Voor de kenners, M. is de baas van 007. Alleen in het echt is ze veel mooier. En jonger. En Nederlandse.
Vriendin M. dus.
En ik.
En een weekend.
En wat voor weekend.
Het was gezellig. Vertrouwd. Goed. Leuk. Fijn. Prettig. Etcetera.
We shopten, hingen hier in de VS de toerist uit, gingen uit ontbijten, lunchen en dineren, en kletsten wat af.
Helaas is het weekend dus alweer voorbij.
Klaar.
Over.
M. is weer terug naar Nederland.
En ik zat vandaag weer de hele dag achter mijn bureau.
De pijn van de melkboer is trouwens nog niet echt klaar. Of over.
Maar er zit wel vooruitgang in.
En dat komt dan vast weer door al uw goede wensen.
Op dit moment heb ik vooral een Hang.Over.
Niet van de alcohol, maar gewoon omdat het alweer voorbij is.
Er zaten gewoon te weinig uren in de afgelopen dagen.
En nu maak ik even heel handig een bruggetje van Klaar.Over. en Hang.Over naar the Hangover.
M. en ik zagen trouwens dit weekend the Hangover.
En echt. Ik moet het zeggen. Sterker nog, ik moet het bevelen.
Gaat dat zien!
Want hij is echt geweldig.
Ik heb zó gelachen.
Zó.
Tot de tranen over mijn wangen liepen.
Zo.
Ja. Dus.
Nu ga ik douchen. En slapen. En misschien pak ik nog even wat dozen in.
Want de melkboer, die doet dus helemaal niets. Behalve op de bank liggen. En een beetje mompelen over pijn in zijn rug. Ofzo.
Het arme ventje toch.