Kobus likes food.
En zo kan het, dat ze in de afgelopen vier weken anderhalve kilo aankwam. En dat is goed. Want baby’s moeten aankomen.

Haar lichaampje begint ondertussen gelijkenis te vertonen met dat van het Michelin mannetje.
Enkels en polsen zijn volledig afwezig.
Opgeslokt.
Door een rolletje vet.
En die driedubbele onderkin van uw enge oudtante?
Die is gereïncarneerd. In Kobus.
Ondertussen vraag ik me vooral af hoeveel het Michelin mannetje wel niet poept of er geen oplossing is voor die vijf of zes verschrikkelijke poepbroeken van Kobus per dag.
Want.
Die poepbroeken zijn natuurlijk het gevolg van die goede eetlust.
Goed. Fijn. Leuk.
Heel belangrijk, een goede eetlust.
En een goede spijsvertering. Ook heel belangrijk. En goed, fijn en leuk.
Maar toch.
Toch blijft er één prangende vraag.
Zo’n vraag waardoor ik ‘s avonds net iets minder lekker in slaap val.
Want waarom?
Meine Damen und Herren, warum?
Waarom wordt de allerdikste, allervieste, allermeest stinkende en allervastplakkendste poep ‘s ochtends om zeven uur gemaakt? Waarom?
Is het mogelijk om kinderen hierop te trainen?
Want ik geef me op. Voor die training.
De verschuifdemeestviezepoepbroeknaarnegenuuralsmamainiedergevalietsgegetenheefttraining.
Of zindelijksheidstraining voor zeven maanden oude baby’s. Daar zou ik ons ook voor opgeven.
Morgen ben ik er trouwens niet. Want dan haal ik de melkboer van het vliegveld en ga ik toekijken hoe hij die zes poepbroeken verschoont de komende week, terwijl ik onderuit hang in de LoveSac beleven we hopelijk een lekker middagje met zijn drietjes.
Joehoe. De melkboer komt bijna thuis!