Als de melkboer van huis is, zit ik altijd met hetzelfde dilemma.
Want ik wil van alles.
Alleen vraag ik me af of mijn wensen en gedachtes wel zo moreel verantwoord zijn.
Wat ik zoal wil?
Al de lelijke kleding van de melkboer weggooien.
En zijn oude sportschoenen.
En die douchegel die niet lekker ruikt.
Zijn nachtkastje, en de enorme stapel spullen die erop ligt, zou ik zo uit het raam gooien. En daar achteraan een klein gedeelte van alle andere troep die hij graag verzamelt.
Ik wil trouwens ook wel Civilization van zijn computer afhalen.
En als ik dan toch bezig ben, verf ik ook meteen de muren in een heftig kleurtje.
Of zal ik gewoon de vraagprijs bieden? Voor dat mooie huis?
Dat merkt ‘ie vast niet.
Ach ja, als het puntje bij paaltje komt, ben ik een mietje accepteer ik de melkboer natuurlijk gewoon zoals hij is. Want hij is heel lief, ook als hij het allerlelijkste overhemd van het westelijke halfrond aan heeft een overhemd draagt dat ik niet zo mooi vind.
En ik dans dus niet op tafel, terwijl hij weg is.
Maar ik droom er wel van.
Van dé dans.
Op tafel.