Lofzang op een kleine Blues Sister
Kobus heeft vrijdag haar vijfde vermaanddag. Het is cliché, maar wow wat gaat het snel. Ik weet nog dat ze er net was. Lief en klein. Een pas geboren hummeltje.
Kobus vind het allemaal wel leuk. Ze moet overal de hele dag om lachen. Mijmeren over het verleden doet ze denk ik niet.
En nu deze vierde maand bijna is afgelopen, denk ik eens terug. Aan wat ze allemaal beleefd heeft deze maand. Af en toe rolde ze eens wat om.
Van buik naar rug. En ja, ook van rug naar buik. Alleen dan weer net niet achter elkaar.
Naast rollen kon ze ineens heel goed sabbelen. Op alles. Elk speelgoedje werd afgelebberd en zelfs dr eigen tenen moesten er aan geloven. Trekken en knijpen kwam met stip binnen op nummer drie. Niets was en is meer veilig voor het kleine monster. Oorbellen, haar, nekplooien, you name it, zij trekt eraan of knijpt erin.
En wat ze ook nog steeds heel goed kan, is poepen en plassen. Dat waren ook deze maand weer haar favoriete bezigheden van de dag. En ik maar denken dat ze met drie maanden al zindelijk zou zijn.
En dan hebben we natuurlijk nog eten. Drinken dat ze deed. Liters. En ik maar kolven. Bijna een halve liter per dag.
En wat ze ook heel goed kon deze maand, is uitslapen, chillen in het wipstoeltje, spelletjes spelen met papa, brabbelen en wandelen in de sneeuw. In de draagzak of de Bugaboo hè, ze kan nog niet wandelen. Dat nog net niet.
Maar het hoogtepunt van deze maand was wel het al eerder genoemde lachen. Dat deed ze voor het eerst hardop. Giechelen. Grinniken. Schateren.
Ze is gewoon zo lief. En kan alles zo goed. Zij. Kobus. De allerliefste van Nederland en Amerika. Die wel enige gelijkenis vertoont met een mini Blues Brother. Of Blues Sister, bestaan die ook?
O, en check dat gebreide vestje. Zelfgemaakt, mensen.





