Homesick

Lancaster CountyAcht jaar is lang.
Lang genoeg om een land te leren kennen.
Het eigen te maken.
Lang genoeg om van iets te gaan houden.

De helft van mijn volwassen leven heb ik in Amerika gewoond.
Ik heb hier een carrière opgebouwd.
Ik ben hier moeder geworden.
Ik heb hier lieve vrienden.

En zoveel mooie herinneringen.
De eerste jaren met de melkboer, met zijn tweeën op een eeuwigdurende vakantie.
Kampeertripjes. Orkanen. Logerende vrienden en familie. Thuiskomen met pasgeboren baby’s. GNO’s (Girls Night Out) met vriendinnen. Feestjes. Op het werk rondwaggelen met een gigantisch dikke buik. Sportgebeurtenissen (en dan vooral dat ene jaar dat the Phillies the World Series wonnen en ik net Kobus had gekregen).

Los van deze herinneringen is er liefde voor de VS.
Liefde voor een land, waar ik tien jaar geleden, en nu soms nog steeds, geen positieve mening over had.
Ik hou van de mensen. Van de jovialiteit en openheid, het attente.
Van de beleefdheid, de politieke correctheid, de voorzichtigheid.
Van de ruimte, het klimaat, de heuvels.
Van het nationalistische.
Ik hou van Pennsylvania en in het bijzonder van de mooie regio waar wij wonen.

Ik kijk uit naar ons leven in Nederland,
Maar dat maakt afscheid nemen hier niet makkelijker.

Of zoals iemand zei: ‘Now you will always be homesick for the US.’

Lunch with my favorite goofball

Nog geen vijf minuten moesten we op ons eten wachtten.
In die tijd entertainde ze zichzelf, mij en de mensen om ons heen.
Als ze geen president wordt, dan actrice, showmaster of cabaretière.
Met haar moeder als grootste fan.

goofy (8)

goofy (9)

goofy (10)

goofy (11)

goofy (12)

goofy (13)

goofy (14)

Over spullen

Yard Sale (2)

Met twintig dozen kwamen we hier acht jaar geleden aan.
Mijn hele hebben en houden in een paar dozen.
Toen we twee jaar later verhuisden, waren het er zo’n zestig, tezamen met wat IKEA meubels en een bank.

Maar dan nu, nu hebben we zo ongelooflijk veel kinderen, zooi, en spullen.
Al weken ben ik aan het inpakken, maar eigenlijk is het nog steeds niet te merken.
Er zijn meer meubels, meer lampen, kilo’s speelgoed, boeken, stofjes, keukenapparaten, servies.
Wat kan een mens verzamelen zeg, zo door de jaren heen.
Er lijkt geen eind aan te komen.
Het feit dat ik met vijf andere troeptrappers in een huis woon, zal trouwens ook aan dat gevoel bijdragen.
Veel gaat mee naar Nederland, op de boot, tezamen met de auto’s.
Maar veel spullen mochten ook weg.

En daarom waagden we ons vandaag aan het über-Amerikaanse verschijnsel the yard sale.
Nou mensen, wat een belevenis.
Hoewel we mensen hadden uitgenodigd om rond negen uur te komen, stonden ze om kwart over zeven al klaar.
Spanning en sensatie.
Brutaliteit.
Terwijl het zeek van de regen, vermoedelijk wilde het universum ons vast voorbereiden op het weer in Nederland, sloten we deals en verkochten de food processor, de slow cooker, en twee fauteils.
Vrijwel al mijn zwangerschapskleding, de stofzuiger en de boor.
Allerhande prullaria kregen een tweede leven.
Vreemd gevoel wel.
Maar ook fijn om spullen op te ruimen, wetende dat andere mensen er iets mee gaan doen, en er zelf nog iets aan over te houden.

En langzaam wordt zo ons Nederlandse avontuur steeds concreter en komt het steeds dichterbij…

Yard Sale (1)

Eruit!

Allemaal leuk en aardig dat verhuis- en emigratiegedoe, maar wat er natuurlijk werkelijk toe doet, is dat Kobus vanaf vandaag met een tand minder door het leven gaat.
Wat een mijlpaal.
Mijn kleine meisje is begonnen met wisselen!

Wisselen

De hitte en heisa ontvlucht

Beach (1)

Heel even lieten we het huis verhuur, huis huur, school, fout birth certificate, burgerservicenummer, belasting, green card, dozen, yard sale, verscheping, verzekering, auto, internet-telefoon-televisie gedoe achter ons.

Het was goed toeven aan the beach.
Kobus en Sammie zwommen met papa in de gigantische Atlantische golven, Keesje groef en bouwde, en Billie dutte in haar privé hangmat.
We gingen uit eten, dronken milkshakes en aten ijsjes, sliepen met zijn allen in één hotelkamer en namen een paar kilo zand verborgen in allerlei hoeken en spleten mee naar huis.
En, ik las een héél tijdschrift.
Ja nee echt.
Ik ben zelf ook nog in shock.
Terwijl ik in een strandstoel zat, en af en toe naar mijn brave bloedjes gluurde, las ik een Flair.
Die ik al sinds 2011 in huis had, maar hee, dat mocht de pret niet drukken.
Ook vond ik de meeste artikelen niet zo heel boeiend, maar zelfs dat mocht de pret niet drukken.
Ik voelde me zó ontspannen.
Net alsof ik geen enkele verantwoordelijkheid had.

Om uit de serene strand stemming te komen, hing ik vandaag maar weer een paar uur aan de telefoon slash chat met behulpzame maar o zo inflexibele klantenservice mensjes slash computer robots.
Misschien moet ik vanavond maar weer een Flair lezen.
Voor het tegenwicht.

Beach (2) Hangmat